De toekomst van binnenstedelijke zware industrie

Hoogwaardig wonen rond een betoncentrale

Het grove industriële karakter van een betoncentrale lijkt tegenstrijdig met een hoogwaardig woonklimaat. Toch kunnen omringende woningen dankzij een strategische inpassing volledig worden beschermd tegen de hinder die de industrie veroorzaakt. De noodzakelijke ingrepen kunnen daarbij worden aangewend om kwaliteit toe te voegen en de stad leefbaarder te maken.

In de periode tot 2040 moeten in de provincie Zuid-Holland 210.000 woningen toegevoegd worden aan de bestaande voorraad. Daarvan kunnen mogelijk 80.000 woningen gebouwd worden op huidige bedrijventerreinen nabij hoogwaardige openbaar vervoersknooppunten. Transformatie van deze, soms verouderde, bedrijventerreinen tot woonwijk is in een aantal steden al gestart.

Op veel van deze bedrijventerreinen bevinden zich betoncentrales met een hoge milieucontour. Verplaatsing van deze centrales is niet wenselijk omdat nat beton niet over een lange afstand vervoerd kan worden, en beschikbaar moet zijn bij bouwactiviteiten in de stad. Deze centrales veroorzaken echter hinder die de kwaliteit van de nieuw te bouwen woningen vermindert, of het wonen in directe nabijheid van een centrale zelfs onmogelijk maakt. Hoewel deze hinder in de nabije toekomst waarschijnlijk zal verminderen door schonere en stillere technieken, zal die niet helemaal verdwijnen.

Om toch te kunnen wonen in de directe omgeving van een betoncentrale moet onder andere worden gezocht naar nieuwe manieren waarop deze stedenbouwkundig en architectonische kan worden ingepast. Daarbij kan een laagstedelijke variant worden onderzocht waarbij een groene bufferzone rond de centrale wordt geplaatst, en een hoogstedelijke variant waarbij de betoncentrale volledig wordt ingepakt met een bouwblok van woningen en voorzieningen.
In de laagstedelijke situatie wordt een deel van de hinder van de betoncentrale weggenomen door een groene geluidswal te plaatsen rond de betoncentrale. Daardoor wordt de hindercontour kleiner, en kunnen woningen dichter bij de centrale geplaats worden dan zonder wal. De wal zelf dient als recreatief object, voorzien van fiets en wandelpaden. De groene zone rond de centrale dient als park, waarin overblijfselen van voormalige industriële objecten een recreatieve functie krijgen en bijvoorbeeld onderdak kunnen bieden aan evenementen.

In de hoogstedelijke situatie wordt de betoncentrale omringd met een functie die niet beschermd hoeft te worden tegen hinder, zoals een parkeergarage. Deze functie dient als buffer, en direct daarbuiten wordt woonprogramma geplaatst. Het geheel wordt voorzien van een transparant ETFE dak, zodat de direct omringende stad volledig tegen de hinder van de centrale beschermd is. Alle industriële activiteiten zoals het mixen van het beton en het lossen van schepen vindt daarbinnen plaats. De volledig afgeschermde binnenruimte biedt mogelijkheden voor meervoudig gebruik. Het dak garandeert een zacht en licht binnenklimaat die de groei van uitheemse plantensoorten mogelijk maakt, waardoor restruimten rond de betoncentrale kunnen dienen als tropische stadstuin. In het weekend, als de betoncentrale niet in gebruik is, kan de ruimte gebruikt worden voor allerlei evenementen die, dankzij de beschermende schil, geen overlast zullen veroorzaken. In de verre toekomst, wanneer de betoncentrale overbodig is geworden, kunnen ook aan de binnenzijde woningen geplaatst worden.
In zowel de laagstedelijke als de hoogstedelijke inpassingsvariant wordt door een strategische inpassing kwaliteit aan de stad toegevoegd en het leefklimaat verbeterd.