Inleiding

De ontwerpopgave Stallen in het Landschap voor kunstenaars en (landschaps)architecten heeft als doel om innovatieve en creatieve ontwerpen voor stallen te ontwikkelen, met daarbij aandacht voor duurzaamheid, welzijn van mens, dier en milieu, bedrijfsvoering en inrichting van het landschap. De ontwerpopgave is vooral gericht op het exterieur van de stal en de inpassing van het veehouderijbedrijf in de omgeving. De ontwerpen kunnen dienen als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen.

Chijsgoed

In het Reconstructieplan Boven-Dommel zijn de gebieden Chijnsgoed, Oostrikse Heide en Maaijerheide aangewezen als landbouwontwikkelingsgebieden. Het LOG Chijnsgoed ligt in de Gemeenten Heeze-Leende en Cranendonck. Chijnsgoed is een relatief klein LOG. Het gebied, dat ca. 145 hectare groot is, ligt ten zuiden van de kern Sterksel en ten noorden van Maarheeze. In het Reconstructieplan is er voor gekozen het gebied primair aan te wijzen als groeigebied voor intensieve veeteelt. De Gemeenten hebben daartoe in 2008 een ontwikkelingsplan inclusief een beeldkwaliteitsplan vastgesteld.
Uitgangspunt voor het bepalen van het aantal bedrijfslocaties was de ontwikkeling van
duurzame intensieve veehouderij. Daaronder worden bedrijven verstaan van ‘750 zeugen gesloten’ (voor biggen en vleesvarkens), 3.200 vleeskalveren en 200.000 vleeskuikens.
Binnen het LOG Chijnsgoed is beperkt ruimte voor enkele nieuwvestigingen.
De infrastructuur in het gebied is een belangrijk aandachtspunt in de plannen, onder
andere omdat de verkeersdruk in de kom van Maarheeze al hoog is en aan de rand van het LOG een loonbedrijf gevestigd is dat voor veel verkeersbewegingen zorgt.
De ZLTO heeft plannen om in samenwerking met de Animal Sciences Group van
Wageningen Universiteit een nieuw Kenniscentrum Veehouderij te ontwikkelingen in Chijnsgoed. Dit kenniscentrum komt in de plaats van het praktijkcentrum Cranendonck
voor de rundveehouderij en praktijkcentrum Sterksel voor de Varkenshouderij.

Dubbelhofboerderij

Op basis van conventionele bouwtechnieken
wordt een nieuw en tegelijkertijd herkenbaar hofboerderijtype geïntroduceerd dat praktisch toepasbaar is en financieel haalbaar. De cyclische productielijn van fokzeugen wordt daarbij gescheiden van de vleesvarkensmesterij.
De twee omsloten erven bieden ruimte voor opslag van voederstoffen, water, mest en stalling van materieel waarmee een rommelige aanblik van buitenaf wordt voorkomen. De erven vertegenwoordigen
/> een economisch potentieel dat op diverse
manieren kan worden benut, bijvoorbeeld
voor voorzieningen ten behoeve van een duurzame of semi-biologische bedrijfsvoering.

Landschappelijke inpassing

De grondlaag die wordt verwijderd bij de bouw van de varkenshouderij, wordt hergebruikt (gesloten grondbalans) om de overgang van de bebouwing naar het omliggende landschap te verzachten.
Dit ´landschappelijk manchet´ wordt samen
met (tenminste) het buitenste dakvlak voorzien van vegetatie waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de isolatie van de stallen en aan de afvang van fijnstof. De stalramen markeren de overgang tussen manchet en dak en kunnen per varkenshouderij verschillend worden vormgegeven.

Dierenwelzijn

De hoven bieden goede mogelijkheden als buitenverblijf voor de varkens. Door hier naaldbomen te planten wordt een groot deel van de vrijkomende gassen afgevangen en tegelijkertijd schaduw geboden aan de kwetsbare huid van varkens.
Voor het kleinere hof waaromheen zich de stallen van de langer levende en stressgevoelige fokzeugen bevinden, zou dit regel moeten zijn. Maar ook in het grotere hof
liggen kansen voor aangrenzende buitenverblijven voor vleesvarkens of voor een
groot scharrelverblijf waar alle varkens eens per dag kunnen luchten.

Zelfvoorzienend

De productie van vleesvarkens gaat gepaard met een grote behoefte aan water en energie. Een belangrijk deel van deze behoefte kan op de varkenshouderij zelf worden gewonnen (wateropvang en zonne-energie) of teruggewonnen uit varkensmest.
In een biovergister wordt de dikke fractie van de mest daartoe omgevormd tot biogas. Met dit biogas wordt door middel van warmtekrachtkoppeling vervolgens zowel elektriciteit als warmte gegenereerd om de stallen te kunnen verlichten en verwarmen.
Aanvullend hierop kan op basis van de resterende varkensmest ook vis worden geproduceerd; een belangrijk eiwitrijk bestanddeel van een uitgebalanceerd
varkensdieet. De dunne fractie van mest vormt daarbij de grondstof voor de vorming van algen die als voedsel voor tilapia fungeren. Tot slot kan alle vrijkomende CO2 in de varkenshouderij in een kleinschalige
productiekas worden omgezet in vitaminerijke voederstoffen. Het sluiten van kringlopen in de stofwisseling draagt bij aan zowel economische als ecologische
rendabiliteit, maar ook aan het imago en de maatschappelijke acceptatie van grootschalige varkenshouderijen.

 
 
 
 
 

STALLEN IN HET LANDSCHAP

APR 26 '09

REDACTIE
Liesbeth Jans and Hermelinde van Xanten

AUTEUR(-S)
Liesbeth Jans en Hermelinde van Xanten

UITGEVER
Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur

ISBN
978-90-71092-70-1

TAAL
Dutch

WEBSITE
www.nbks.nl

pdf
Download pdf


INTEGRALE TEKST
Bookmark and Share